Menu


Dojo's
Amsterdam
Almere
Internationaal

Lessen
Informatie
Inschrijven

Verhaal
De Meester zwaartvechter

About us
Interview Erik Louw

Blacksmithing
Impressies

KSR Links
Interesante Links
YouTube
Gallerie
De Katana
 

De Meester Zwaartvechter

door WILLEM BEKINK

Deel III


Een jaar lang deed de jongen niets dan houthakken. De eerste maand vloog voorbij en hij gehoorzaamde deemoedig in de verwachting van een grootsetoekomst.

Hij stelde er zelfs een eer in om de bijl goed te kunnen hanteren en aan de opdracht van de Sensei om het vuur in de hut dag en nacht brandend te houden voldeed hij opgewekt, al vond hij het persoonlijk iets onzinnigs. Bij nam het op de koop toe om het GROTE doel te bereiken.

Zelfs kreeg hij er een soort plezier in om op elk uur van de nacht op te staan om hout op het vuur te gooien.

Na een tijd kon hij zelfs aan het geluid van het krakend hout horen wanneer het vuur nieuwe brandstof nodig had, ook terwijl hij zijn ogen dicht had.

Zijn slaap was nu niet meer zo diep en zijn ontwaken sneller dan vroeger het geval was.

Terwijl hij nadenkend aan het eelt op z’n handen pulkte verzekerde hij zichzelf elke nacht opnieuw dat de volgende dag beslist de lessen zouden beginnen.

Maar de weken volgden elkaar op met alleen maar houthakken en hij voelde zich hoe langer hoe bozer worden.Opstandig speelde hij allerlei spelletjes met het hakhout.

Hij kapte het met toenemend gemak van alle kanten en vanuit de meest absurde houdingen.

Aan het eind van de derde maand nam hij zich voor dat hij nog èèn dag aan dit gekkenwerk zou meedoen. Als dan de lessen nog niet zouden beginnen zou hij er letterlijk het bijltje bij neersmijten en naar huis gaan. Hij zou zijn vader dan eens vertellen hoe hij hier werd behandeld en die zou er vast wel iets aan doen om de Oude Man duidelijk te maken wie of er eigenlijk de lakens uitdeelde in de provincie. Natuurlijk, hij zou de Oude wel de kans geven z’n excuses te maken maar daarna zou hij zelf wel eens bepalen wanneer de lessen moesten beginnen en welk schema moest worden aangehouden.

Hij penseelde dit alles keurig op een formeel briefje en schoof het gevouwen halverwege onder de deur van de hut zodat hij direct kon zien wanneer het werd weggehaald.

Een uur verstreek maar het briefje lag er nog. Toen nog een uur en de uren werden dagen en weken en hij zag dat het papier hoe langer hoe smoezeliger werd.

Zijn ergernis groeide met de dag en uiteindelijk besloot hij hard op te treden. Hij had de Oude nu genoeg kansen gegeven!

Hij rukte het briefje van onder de deur en liep ermeen aar het vuur. Toen hij het openvouwde om het sneller te laten verbranden ontdekte hij dat het papier onbeschreven was. Het was zijn briefje niet, het was zelfs anders gevouwen! Zijn woede op de Sensei steeg ten top, hij voelde zich bedrogen en vernederd. Wat een ouwe rotzak!

En dan nog te bedenken dat hij hem op z’n knieën had gesmeekt hem als leerling aan te nemen. De maat was vol, hij zou meteen vertekken. Natuurlijk zouden er zijn die zouden denken dat hij het had opgegeven en daar stiekem over zouden gnuiven.

Maar hij zou ze laten zien dat hij de kunst van het zwaard ook ergens anders meester zou kunnen worden en zonder al die nutteloze tijdverspilling. Hij trilde van woede bij de gedachte hoe ie Oude Man fijntjes in zichzelf zou lachen en dat het hem eindelijk gelukt was zich te bevrijden van die lastpost van een leerling. De beledigingen die hij al die tijd had moeten slikken!

Wat haatte hij dat grijzende gerimpelde gezicht van die ouwe boef wanneer die twee erwtjes op zijn portie rijst legde, elke keer dat er erwtjes werden gegeten. En dan die opmerking over dat bloemenschikken, die iedereen had gehoord. Het was onaanvaardbaar en onverdraaglijk!

Toen zijn woede ietwat bedaarde schoot hem ineens een oude samurai-spreuk te binnen: ‘te dragen wat je dent dat ònverdraaglijk is….is wèrkelijk dragen”.

Hij zuchtte.

En zo is het dat soms een goed gezegde iemand door een kleine crisis heen kan helpen.

In de viere maand verzamelde hij al zijn moed, ging naar de Oude Man, boog diep en vroeg eerbiedig wanneer zijn eerste les in Kendõ zou beginnen

Boven zijn gebogen hoofd mompelde de Oude: “ Hm.. een vis die naar een worm verlangt kan blijkbaar niet genieten van een maaltje vliegen”. Dagenlang verdiepte de jongen zich in de betekenis van dit raadselachtig antwoord en kwam tot de conclusie dat het geen enkele betekenis had en ook geen antwoord was op zijn vraag. Hij ging opnieuw naar de Oude Man en herhaalde zijn vraag. Ditmaal was het anwoord kortaf: “als je er rijp voor bent”.

“Maar ik bèn er rijp voor” riep de jongen uit, waarop de Oude antwoordde: “ O ja..? Wel laat je broek dan maar zakken dan zullen we eens zien”.

De jongen kon wel gillen van woede. Hij ging terug naar zijn bijl en kaphout en versplinterde de ene stam na de andere alsof hij door de duivel was bezeten.

Elke nacht bij het licht van het vuur bekeek hij aandachtig hoe het stond met de groei van zijn edele delen maar er was niet veel te zien en in doffe wanhoop vervloog de tijd.

Hij kreeg er een nieuwe taak bij naast het houthakken. Hij moest water aandragen van beneden uit de rivier naar de top van de heuvel zodat de Oude Man bij de hut zijn bad kon nemen. Dat betekende dat hij sneller hout moest hakken want daarvoor had hij nu nog maar de helft vna de tijd. Er kwamen bovedien nog andere onzinnige dingen bij. Hij moest lezen en schrijfoefeningen doen en allerlei flauwekul onthouden. Dat was toch geen werk voor een toekomstig samurai?!

Hoe meer tijd hij moest besteden aan leren hoe minder tijd hem overbleef voor zijn verplichte corvee van water halen en hout hakken. In het begin zwoegde hij tot diep in de nacht en als hij doodmoe insliep werd hij om de haverklap wakker geschopt als de eerste de beste Eta omdat hij het vuur had laten uitgaan.

Hij had nergens meer tijd voor, niet om te denken en niet om boos te worddne. Er was alleen nog tijd voor het onafgebroken werk, dat hij verbeten uitvoerde uit angst te worden weggestuurd. Want dat plezier gunde hij de Oude Man niet!

Zo lkwam hij langzamerhand tot de ontdekking dat hij alle belangstelling had verloren. Hij vond niets meer leuk, de natuur boeide hem niet meer en hij herinnerde zich ook bijna niets meer uit zijn vroegere jeugd. Van de haat die hij voor de Oude Man koesterde was weinig meer over en zelfs kon hij zich niet meer opwinden over de twee knikkertjes op zijn hapje rijst.

Hij voelde zich gebroken zoals de boeren waarover hij had gehoord wier leven voorbijging in onafgebroken slopende arbeid zonder enig ander uitzicht dan met moeite het hoofd boven water te houden. Toen dan ook het eerste jaar voorbij was zou hij zelfs de energie niet meer kunnen opbrengen om de Oude voor zijn voeten te spugen, laat staan dat hij nog kon opbrengen om een groot zwaardvechter te worden. Hij was alleen maar uitgeput, vermoeid naar lichaam en ziel. Daarom besloot hij er de brui aan te geven en te vertrekken in de nacht van de eerstvolgende volle maan.

Dat vooruitzicht gaf hem weer wat moed en hij dacht aan alle dingen die hij zich dit jaar had ontzegd n die hem weer wachten bij terugkeer.

Maar op de nacht van de volle maan begaf hij zich niet op weg. Er gebeurde iets dat hem zijn voornemens deed vergeten.

En het deed behoorlijk pijn!

Deel IV right